Soms lees je een tekst die zo’n diepe indruk op je maakt, dat je van mening bent dat iedereen er kennis van moet nemen. Gisteren las ik de column ‘En toen ging mijn leeslampje uit…..’

van Harri M. Vermunt in de Coronakrant.

Neem er even de tijd voor!

En toen ging mijn leeslampje uit...

Harri M. Vermunt (2020)

In de zomer van 2002 ging, zoals ik dat noem, mijn “leeslampje uit”.
Dat klinkt heel schattig en dat is het allesbehalve.

Ik liep toen een meervoudige hersenbeschadiging op, met als meest in het oog springende ding: ik kon vanaf dat moment niet meer lezen.
Niets, nada, nul.
Mijn moeder heeft het wel eens beschreven als “God heeft hem dingen afgenomen, om te doen waarvoor hij werkelijk hier is”.
En dat vind ik wel een mooie en draaglijke duiding.
Overigens: mijn schrijffunctie is -getuige deze column- volledig intact gebleven.
Deze niet veel voorkomende combinatie van wél kunnen schrijven en níet kunnen lezen, leidt in het leven van alledag vaak tot grappen, ongemak, verwarring en verbazing.

Terug naar mijn “uitgegane leeslampje”.
Van de ene dag op de andere kon ik, onder andere, niet meer lezen.
Nooit meer.

Stel je dat eens voor terwijl je dit leest . . . .
“Toegang geweigerd” tot: teksten, columns, WhatsApp-berichten, e-mails, ondertitelingen en gebruiksaanwijzingen.
Ook “klantvriendelijke” terminals om een kaartje of kroketje te kopen zijn voor mij teksthindernissen, die zonder hulp niet te nemen zijn.
Een vraag als: “Opa, wil je me een verhaaltje voorlezen?” blijft er een met hartklievende gevolgen.
Of het verstoken blijven van een “zomaar lief post-itje” van mijn Lief of een collega. Om over de eerste geschriften van de kleinkinderen op hun tekening voor opa nog maar te zwijgen.

Gesteund, geïnspireerd, soms ook gepusht door Carla, mijn Lief,
kan en mag ik doen wat ik sinds die tijd doe: mijn kennis en kunde gecombineerd met passie en joy inzetten op het terrein van bewustwording en bewust-zijn.

Wat ik in de afgelopen decennia vooral geleerd heb is
hoe belangrijk -tenminste voor mij- een Lief
én een reflectieve en voedende “innercircle” zijn.
Ze zijn van het grootste belang in de fase van rouwen.
Rouwen om wat er niet meer is en om wat me langdurig dierbaar was.

Waarom rouwen zo van belang is?
Omdat, zolang het proces van rouwen niet volledig voltooid is,
kennelijk iets in ons weer terug wil naar hoe het ooit was.
Zélfs als we in ons hoofd best wel begrijpen dat we niet terug kunnen naar de situatie waaraan we zo gehecht waren (en dus nog steeds zijn!)

Denkelijk woont in ons een uitgekiend systeem om -volledige- rouw uit te stellen met zinnetjes als:

  • “als de beroepsprocedure tegen mijn ontslag is afgerond, dán kan ik beginnen met verwerken”
  • “als de kinderen écht de deur uit zijn, dán kan ik gaan nadenken over wat ik dan wil gaan doen”
  • “als ik weet waarom die bestuurder geen voorrang verleende, dán kan ik beginnen met rouwen”
  • “als ik snap waarom juist ík besmet raakte, dán kan ik er iets aan gaan doen”
  • “als ik gehoord heb waardoor die miskraam ontstond, pas dán kan ik afscheid nemen”

Dit soort ‘uitstel creërende Als-Dán routes’, zijn niet behulpzaam bij het verwerken van boosheid, verdriet, teleurstelling of van wat dan ook.
Sterker nog: ze houden de bijbehorende pijnen en gevoelens -langdurig!-in stand.

Goed rouwen doet helen!
Als de emotionele of zielswond ‘aan de oppervlakte’ mag komen, kan die aldaar genezen.
Aan de oppervlakte kan die wond helen en tot een litteken verworden.
Dan is dat litteken nog slechts een herinnering aan wat was, zonder dat steeds weer de daarbij behorende pijn aanwakkert.
Overigens: deze manier van ermee werken, vraagt moed én doorzettingsvermogen!

Soms zijn dingen te waar om nog mooi te zijn!
En denken we die waarheid niet aan te kunnen.
Soms vrezen we zelfs eraan te bezwijken.
Vaak is dan, zoals gezegd, de primaire reactie: vluchten in een chronisch patroon als de Als-Dan route.
Omdat deze routes in je hoofd rondjes lopen, levert dat vaak een overbelast hoofd op.
Terwijl de feitelijke pijn veelal in hart en buik zit: snakkend naar verse lucht en helende voeding!

Wat mij in mijn rouwperioden steeds weer hielp is het nummer van Peter Tosh: “we’re gonna walk and don’t look back” met als belangrijkste boodschap niet omkijken en me -steeds weer- verhouden met dát wat er is én met het gemis van wat er niet meer is.
Revalidatie tijdgenoot Jaap Bressers zou zeggen: ”Wij gaan er niet over wat we op ons bordje krijgen; wel over hoe we ermee omgaan!”

Nog even terug naar het belang van een “sociaal netwerk”, bestaande uit mensen die oprecht bereid zijn lief en leed met jou te delen.
Die zijn ook van belang bij het weer op eigen benen gaan staan.
En om het doorzetten te stimuleren op die momenten dat “het erop aan komt”.

En last but not least zijn ze ook van belang voor het krijgen van een aai over de bol als je weer een lastige hobbel hebt genomen.

Ik heb in de tijd van rouw en ontwikkeling ook geleerd hoe belangrijk het is als een aantal “VÉR-woorden” dichtbij zijn.
ÉN levend gehouden én vormgegeven worden.

Ik noem er alvast twee:
VER-trouwen en VER-binden.

Wat is jouw favoriete VER-woord?

error: Content is protected !!